Als u bij uw huisarts komt met klachten van benauwdheid, langdurig hoesten of
regelmatig slijm opgeven, zal de huisarts u eerst allerlei vragen stellen.
Bijvoorbeeld vragen over het soort klachten dat u heeft, uw rookgedrag en de
omstandigheden waarin u benauwd wordt.
Daarna zal hij u lichamelijk onderzoeken. Als hij vermoedt dat u COPD heeft, dan
moet er een longfunctieonderzoek gedaan worden. Met een spirometer wordt een
‘blaastest’ gedaan. U blaast op een mondstuk en het apparaat meet de toestand
van de longen. De huisarts kan dit zelf doen, het laten doen door de
praktijkassistente of het longfunctielaboratorium of u doorsturen naar de
longarts.
De arts kan eventueel nog verder onderzoek uitvoeren, bijvoorbeeld een
inspanningstest of een overgevoeligheidstest.