Longfunctieonderzoek


Een spirometer meet het longvolume na inspiratie en/of expiratie, direct of via berekening op basis van de gemeten stroomsnelheid. De techniek wordt gebruikt voor het herkennen en kwantificeren van de ernst van COPD door het meten van de maximale hoeveelheid lucht die de patiënt in één seconde kan uitblazen (één-seconde waarde, Forced Expiratory Volume (FEV1)) en de hoeveelheid lucht die de patiënt maximaal kan uitblazen Forced Vital Capacity (FVC).
De ernst van de longfunctiebeperking wordt beoordeeld door de resultaten van individuele patiënten te vergelijken met referentiewaarden. Elektronische spirometers doen dit doorgaans automatisch, na invoer van de patiëntgegevens. Lees meer over belangrijke parameters bij COPD.

 

Attachments

Longfunctieonderzoek (pdf, 19 Kb)

contact team